1

Latijnse naam: Lampropltis Getula Floridana Nederlandse naam: Florida Koningsslang Land van herkomst: Het Zuiden van de Verenigde Staten van Amerika. Hoofdzakelijk Florida. Grootte: 1.50 tot 2 meter. Gewicht: Leeftijd: 12 tot 18 jaar Ringmaat: NVT

Kleur man: De beschubbing van deze soort zijn glad en glimmend. De basis kleur is geel met zwart. De zuidelijke soort is rood met zwart tot helemaal rood. Mannen hebben een dikkere staartwortel en een langere staart.

Kleur vrouw: De beschubbing van deze soort zijn glad en glimmend. De basis kleur is geel met zwart. De zuidelijke soort is rood met zwart tot helemaal rood. Mannen hebben een dikkere staartwortel en een langere staart.

Gezelschap: Koningsslangen hebben in de natuur ook andere slangen soorten op het menu staan en kunnen daarom niet met andere dieren samen worden gehouden.

Kweek: Lampropeltus Getulus Floridana zijn ongeveer met 2,5 jaar geslachtsrijp. De kweek van deze dieren is relatief makkelijk. Het is volgens vele literatuur essentieel om de dieren gedurende minimaal twee maanden, bij ca 15 graden, een winterrust te geven. In andere literatuur wordt het bovenstaande weer bestreden. De vrouw heeft bij mij ca drie maanden in winterrust gezeten, de temperatuur varieerde van 11 tot 16 graden celsius. De man daarentegen is 6 weken in winterrust geweest bij de zelfde temperatuur als de vrouw. Beide dieren hebben twee weken voordat ze in winterrust gingen niks meer te eten gekregen om hun maag helemaal leeg te maken. Indien dit niet gebeurt kunnen er problemen ontstaan met het voedsel wat nog in de maag zit, dit kan gaan rotten in de maag. Beide dieren zijn solitair in winterrust gegaan. Eind februari zijn beide dieren solitair uit winterrust gehaald en zijn flink gevoerd, twee tot drie muizen per week. De paringen vonden plaats op 24-03-95 en op 01-04-95. In beide gevallen heb ik de man bij de vrouw in het terrarium gebracht. Gedurende de paring achtervolgde de man de vrouw geduren een 30 tal minuten, volgens sommige literatuur zou de man de vrouw regelmatig bijten, ik heb dit mijn man niet zien doen. Tijdens het achtervolgen kruipt de man op de rug van de vrouw en brengt zijn hemipenis in. Na het inbrengen van de hemipenis zal de daadwerkelijke bevruchting plaatsvinden. De paring kan ca vier uur in beslag nemen, bij mij duur beide paringen niet langer dan drie uur. Vier weken na de eerste paring heb ik een legbak in het terrariumgezet met daarin vochtig spagnum/veenmos om de eieren in te leggen. Tijdens de vervelling wordt de waterbak verwijderd in, in verband met het eventueel leggen van de eieren in de waterbak er wordt wel dagelijks gedurende een uur water aangeboden. Tevens wordt voor de vervelling de schuilgelegenheid eruit gehaald, dit in verband met het leggen van de eieren in het droge zaagsel. De eieren worden meestal ca veertien dagen naar de vervelling gelegd. De Californische koningsslangen leggen gewoonlijk kleine legsels, vier tot twaalf eieren, die relatief groot zijn. De eieren zijn tussen de 42 en 50 mm lang en tussen de 20 en 22 mm in doorsnee. Als de eieren zijn gelegd in de legbak worden ze overgezet in een bak met vermiculiet die in de broedstoof staat. De broedstoof is gaat uit van het principe dat water wordt verwarmd en daardoor de lucht wordt verwarmd en ook de juiste luchtvochtigheid ontstaat. De eieren worden bij ca 28 graden celsius uitgebroed en komen naar ongeveer 60 dagen uit. De jongen zijn bij hun geboorte ongeveer 30 cm lang en worden in aparte terrarium ondergebracht in verband met het gevaar voor kannibalisme. Als de vrouw in goede conditie is kunnen er zelfs meerdere legsels per jaar zijn. Paringen van gestreepte en geringde soorten hebben gewoonlijk nakomelingen met een tekening met sporen van zowel ringen als strepen tot gevolg.

Behuizing: Ze worden als koppel of groep gehouden, voorkeur solitair, gehouden in een terrarium van 120x40x60 (LxHxD). De bodembedekking bestaat uit zand. De terrariums zijn aangekleed met kunststofplanten, takken, een waterbak en zeer belangrijk, een schuilgelegenheid om zich te kunnen terug trekken indien ze dat zelf nodig achten. Indien men er voor kiest om zijn of haar dieren geen schuilgelegenheid te bieden is de kans aanwezig dat de dieren nerveus, stress, worden. En uiteraard een lamp, spot, om zowel het terrarium te verlichten als te verwarmen.

Temp/ Luchtvochtigheid: De temperatuur in de zomer zal tussen de 25 en 30 graden celsius moeten zijn. Een halogeen spot in het terrarium die de temperatuur plaatselijk op doet lopen tot ca 40 graden celsius. Een warmtemat op de grond om de temperatuur in de nachten plaatselijk niet beneden de 20 a 24 graden celsius te laten komen, de warmtemat is tijdens de winterrust uit. De kamer continu verwarmen tot 20 graden celsius door een centrale verwarming radiator.

Voeding: Pasgeboren Lampropeltis kunnen gevoerd worden met kale nestmuizen ook wel „pinkies” genoemd. Zeker in de beginperiode niet meer dan een keer per week voeren. Na zo'n drie tot vier maanden kunnen we overgaan op tweemaal per week een pinky te voeren of een keer per week een behaarde nestmuis („fuzzy”). Na een half jaar gaan de dieren dan over op kleine muizen (springers). Vanaf een jaar kan men een keer per week een volwassen muis geven. Het verdient de voorkeur de slangen met dode muizen te voeren. Geeft men toch levende prooidieren laat die dan nooit langer dan ongeveer twintig minuten in het terrarium rondlopen. Als de slang geen honger heeft pakt hij het prooidier sowieso niet en lopen we alleen maar het risico dat de muis of rat aan de slang gaat knagen. Muizen en ratten bevatten in principe voldoende kalk en vitamines voor onze slangen maar voor de zekerheid kunnen we om de week de dode muis of -rat insmeren met een kalk en/of vitaminepreparaat.

Voeding in natuurlijke biotoop: In de natuurlijke omgeving voedt deze soort zich met andere slangen, hagedissen, kikkers, knaagdieren, schildpadden eieren en vogels en hun eieren. Het is zelfs bekend dat ze dieren eten van haar eigen soort.